Dag 6: Cochem - Winningen (bij Koblenz)
| Pension Schneider |
In Pension Schneider gaat de ontbijtzaal stipt om 8 uur open, en heeft ieder zijn toegewezen tafeltje. Strak geregeld. Het ontbijt zelf is weer degelijk Duits, met alles d'r op en d'r aan behalve roerei - maar dan wel weer een gekookt ei. Eigenlijk was het ontbijt alle dagen goed (elke dag verse broodjes, één keer zelfs roerei), net als trouwens het bed, de fietsenkelder, en ook de prijs. Het heeft Margrieta weliswaar heel wat uurtjes gekost om dit bij elkaar te boeken, het resultaat is er naar.
| Waterstanden |
In Cochem wisselen we maar weer eens van Moezeloever, in een poging om de autoluwste weg te vinden, en ook omdat ons aan gene zijde een stukje natuurgebied beloofd wordt. Onverhard, en na langdurige regen niet aan te bevelen, maar daar is recent geen sprake van geweest. Helaas blijkt natuurgebied niet equivalent met natuurschoon: het is een vrij saaie, inderdaad slecht verharde bosweg zonder veel bijzondere kwaliteiten.
| Riskant bospad (drones untersagt!) |
Licht riskant is deze onderneming wel: ons beider onderstel is niet meer helemaal op sterke stijgingen berekend, net zomin trouwens als ons schoeisel. Het pad blijkt vrij smal, op een helling langs de beek. Op zich een mooie wandeling, maar we weten niet wat ons in hoogtemeters te wachten staat: een pad als dit kan zich zonder enige waarschuwing ontpoppen als Klettersteig, en dat zal dan noodgedwongen rechtsomkeert betekenen. Die vrees blijkt echter ongegrond: het is meer een gezinsuitje dan een stoere wandeling. Na een kilometer of wat door het bos bereiken we vrij onverwacht de voet van het kasteel.
| Oprijzend uit het bos: Burg Eltz |
De uitgestelde taart halen we in bij het hotel-restaurant waar we onze fietsen geparkeerd hebben (omdat het vanaf daar wandelen was). Je vraagt je op een plek als deze af hoe het nu eigenlijk staat met de toeristenindustrie in (dit deel van) Duitsland. Er is maar een enkeling op het terras te vinden, en dat terwijl de taart helemaal niet slecht is. (Dat vinden de wespen ook, maar die zijn zoals bekend niet kieskeurig.) Van de handvol aanwezigen zijn er een paar hotelgasten, te herkennen aan de warme lunch die ze voorgeschoteld krijgen. Hier kan een volwassen uitspanning niet van leven: als dit de opkomst op een donderdag in het hoogseizoen is, vrees ik het ergste voor het Landeshotel Ringelsteiner Mühle.
| Rustige taart |
Vanaf Kattenes is er weer een echt fietspad aan de andere (berg)kant van het spoor en is het een stuk aangenamer fietsen. In Gondorf komen we plotseling op een erg leuk pleintje, dat ons noopt tot een pauze en mij tot het eerste (en enige) ijsje van de vakantie: een heuse banana split (met geconfijte kersen, net zo smerig als altijd).
Even terugkerend naar een observatie van gisteren, over de nogal wisselende aard van de dorpjes die we aandoen. Wat ligt ten grondslag aan die verschillende? Ik zou het zoeken het in een combinatie van toeval en ligging. Om met het laatste te beginnen: ik las naderhand dat Beilstein, dat ons gisteren zo bekoorde, een hele tijd (en dan hebben we het over eeuwenlang) vrijwel van alle verkeer verstoken was: geen verbindingswegen, alleen een pontje vanaf het er tegenoverliggende dorp. Achtergebleven gebied derhalve, maar zoals die dingen gaan is dat nadeel nu een voordeel: nooit gemoderniseerd vinden we het nu pittoresk. De beugelfles van Grolsch is per slot van rekening ook niets anders dan een langdurig falen om bij de tijd te blijven, nu als waarmerk van kwaliteit verkocht.
| Druiventransport (duorail) |
In procestermen zien we dus zowel continue effecten (ligging) als discrete (toeval); de combinatie van beiden maakt, dunkt me, dat geschiedenis eenmalig is, en onvoorspelbaar. Als het mogelijk zou zijn om de hele historie van deze regio, vanaf de Germanen en de Romeinen, experimenteel over te doen, zouden we net zoveel uitkomsten krijgen als experimenten.
Een historicus (waarvan zich er in mijn schoonfamilie een tweetal bevinden) zal zonder twijfel onbedaarlijk lachen om deze naïeve analyse.
Terug naar onze vakantie, want er valt nog wel meer te vertellen. Het loopt nog maar tegen drieën als we onze bestemming van vandaag bereiken, het dorpje Winningen. Dat stelt ons in staat om een stukje logistiek te heroverwegen. De auto staat nog altijd in Ruwer, bij Trier; het plan was om overmorgen (zaterdag) vanuit Koblenz terug te treinen, met fiets en al, en dan huiswaarts te rijden. Nu we eenmaal zover zijn doemt een andere optie op, namelijk om vandaag al de auto op te halen, die hier twee nachten te parkeren en dan zaterdag zonder verder gedoe meteen op Nederland af te koersen.
| Verrassend marktpleintje Gondorf |
De trein doet in anderhalf uur 24 stations aan, waaronder elk kleinste gat dat we eerder vandaag fietsend gepasseerd zijn. Ook ondertunnelen we de Prinzenkopf van eergisteren, en zijn we nu zelf het treintje dat we toen romantisch tegen de berghelling zagen kleven.
Eén station voor Trier stappen we uit, en zonder blikken of blozen fietsen we in een kwartier naar de auto, die braaf op ons staat te wachten. Zelfs de autosleutel hebben we bij ons. We vergeten ons te verbazen over het gemak waarmee dit allemaal verloopt; in plaats daarvan sjezen we in no time met fietsen in de achterbak weer noordoostwaarts. Zelfs Burg Eltz passeren we nog een keer, hoewel deze dusdanig door heuvels omringd is dat ze ook vanuit de auto niet zomaar te zien is. Misschien is dat wel de reden dat dit een Burg is en geen Burgruine: de fransozen konden het kasteel niet vinden en dus ook niet opblazen.
| Camping-kantine |
Reacties
Een reactie posten