Dag 3: Trittenheim - Zeltingen

Godvruchtigheid en wijn, een winnende combinatie
Wijnboer Hubertus geeft dan weliswaar 's avonds niets te eten, het onderkomen is keurig verzorgd, we hebben een eigen terrasje voor onze kamer, en voor het ontbijt staat een prachtig buffetje klaar. We zijn de eersten dus hebben het voor het uitzoeken. De broodjes zijn knapperig genoeg om er een paar van mee te nemen, in de zelf meegebrachte, speciaal daarvoor bestemde plastic zakjes. Arme broodjes...

Enkel de autobezittende Belgen, die naar beneden komen voordat we klaar zijn, zoeken aanspraak en verstoren onze ochtendrust. De medefietsers, overwegend Nederlands, wier bagage al bezorgd was toen wij gistenen arriveerden, zijn er nog niet zo vroeg uit. Anders dan de eerste nacht zijn we er in geslaagd om een deel van de fietstassen onuitgepakt te laten, en zonder tot nog meer menselijke interactie gedwongen te worden kunnen we fluks op de vers beladen fiets stappen.

Oogsttechnologie
Nog geen kilometer gevorderd zien we een staaltje oogsttechnologie waarover Margrieta al gelezen had: een tandradbaantje langs een bovengemiddeld steile helling om de geplukte druiven onbeschadigd naar beneden te krijgen. Ziet er gaaf uit (of eng, afhankelijk van je gesprekspartner) maar geeft maar op een relatief klein deel van het logistieke probleem antwoord. We zullen ons de rest van de vakantie af blijven vragen hoe het proces van druivenplukken verloopt, op die hellingen die regelmatig over de 45 graden hellingshoek bereiken. Iemand zal toch fysiek langs die struiken moeten strompelen en de schaar hanteren. Misschien dat ooit drones op deze taak toegerust zullen zijn? Maar dan moet de tros zelf nog verzameld, dat lijkt me voor een drone een te zware taak. Dus: drone eropaf, plof plof doen de trossen, zo snel mogelijk een seizoenswerker vijftig keer de helling op en neer om tros na tros op te rapen en behoedzaam in een bak te leggen? Ik zie het helemaal voor me.

Nog een kilometer verder passeren we de vindplaats van een oud romeins wijnschip, in het plaatsje Dhron. Er schijnt een replica van de Moezel op en neer te varen, maar die ontdekken we niet: wel een (replica van) een grafmonument dat voldoende antiquiteit uitstraalt om fotogeniek te zijn. Voor het plaatsje zelf ruim voldoende aanleiding om zich uit te roepen tot het oudste wijnoord van Duitsland.

Grafmonument: wijnig vrolijke gezichten
Niet elke kilometer geeft aanleiding tot zulke uitgebreide overwegingen. Het is nog vroeg en relatief koel, de noordhellingen (aan de zuidkant dus) liggen nog deels in de schaduw, wijzelf dientengevolge ook, want het pad blijft (stroomafwaarts) rechts. Afleiding komt van een oversized rondvaartboot die met ons de Moezel afstoomt. Er is vrijwel geen mens te bekennen op het reusachtige bovendek: liggen ze nog in bed? zitten ze aan de roulettetafel? of is het zo droef gesteld met de branche? Veel drive zit er ook niet in, zonder enige moeite halen we het gevaarte in.

De Landshut
Voor een meerdaagse tocht waarvan zoveel parameters vastliggen zijn het landschap en de beleving verrassend afwisselend. Nu weer fietsen we colonne over een breed uigemeten pad langs de ene zonovergoten Straußwirtschaft na de andere, dan over een verlaten route ingeklemd door struweel. Heel af en toe een drukker stuk langs een autoweg, wel altijd met een afgezonderd fietspad. De Moezel blijft zich ook in de ene na de andere bocht wringen, allemaal om ons een plezier te doen. Bij wegwerkzaamheden rijden we een stukje fout omdat het routebordje midden tussen de walmende asfaltrollers staat, maar het enige negatieve effect daarvan is dat we ons cruiseschip opnieuw moeten inhalen.

Margrieta vergaat het plezier een beetje door een onvoldoende uitgetest zadel. Met een voor dat doeleinde meegebracht inbusje proberen we een andere stand, die tijdelijk verlichting brengt. Zo bereiken we na niet al te lange tijd het stadje Bernkastel-Kues; bestaande uit twee stadsdelen, te weten Bernkastel (rechts) en Kues (links). Het eerste is het oudste en wordt gekroond door een middeleeuws kasteel, merkwaardig genoeg niet het berenkasteel of iets in die geest, maar de Landshut. Ik kan me toch echt niet voorstellen dat "kastel" in "Bernkastel" iets anders dan "kasteel" betekent, maar mysterieus genoeg spreekt men het consistent uit met de klemtoon op de a.

De markt van Bernkastel
Bijna hadden we het nog fout gedaan en waren we de rivier overgestoken naar het veel grotere agglomeraat aan de linkeroever, maar nog net op tijd werd ons een doorkijkje gegund op een prachtig vakwerkpleintje rechts. Daar richten we ons dus op. Voor het eerst laten we de fietsen voor langere tijd aan hun lot over, vertrouwend op onze sloten en kettingen, om zelf op jacht te gaan naar een echt goed stuk Kuchen. (Onze gesmeerde broodjes laten we aan hun lot over. Arme broodjes...) Hoewel ijs gemkkelijker te vinden blijkt dan taart slagen we uiteindelijk in onze missie bij een zelfbenoemd Märchenhotel. We voelen ons zelfs dusdanig gesterkt dat we de klim naar de Landshut aangaan - iets wat we onszelf aan het begin van de dag nog ontraden hadden. Misschien is deze overmoed ook wel deels ingegeven door het feit dat de zon zich net even schuil houdt.

Uitzicht op Kues vanuit de Landshut
We ontdekken al snel dat we toch onze ochtendlijke ikken gehoor hadden moeten geven, want die zon vindt nog betrekkelijk grote gaten in het wolkendek, met telkens een temperatuursprong van toch vast wel 15 graden tot gevolg - van 30 naar 45 wel te verstaan. Dat is warm genoeg om elke pretentie dat je zelf nog 30 of zelfs 45 bent naar het rijk der fabelen te verwijzen. Boven aangekomen is dan ook een langere rustpauze nodig voordat we het uitzicht ten volle kunnen waarderen. Een regenbui helpt de boel op te frissen. De ruïne is trouwens geen echte ruïne meer, maar smaakvol tot restaurant omgebouwd - dat komt goed uit, een flinke parasol houdt de regendruppels tegen terwijl wij ons daaronder energie ingieten in de vorm van grote glazen suikerhoudend fris en koffie.

Een niet veel minder hete afdaling later vinden we onze fietsen braaf terug waar we ze hadden achtergelaten. We vervolgen onze weg, die overigens niet veel verder meer voert en ook niets boeiends meer biedt: het volgende dorpje is al Zeltingen, en daar bereiken we zonder enige moeite het Alte Schulhaus. Het is nog geen drie uur 's middags; gelukkig kunnen we al wel onze kamer betrekken, die weliswaar heet is maar een verkoelende douche kent. Zeer aangenaam is bovendien de aanwezigheid van een grote koelkast in een voormalig klaslokaal beneden, waarin zich diverse Weißbiere bevinden; en van een Dorpsladen aan de overkant van de straat waar zich zowel taart van meer dan sprookjesachtige kwaliteit als Cola Light bevindt. Ten slotte is er ook nog een terras achter de school waar wij vrij zijn om in rust van dit alles te genieten.

Das Ziel ist erreicht
De dag wordt afgesloten met opnieuw een Schnitzelrestaurant, ditmaal zonder voorafgaande fietstocht omdat we iets beter voorbereid dan gisteren al vroeg een reservering hebben gepleegd. We vermaken ons opperbest met het observeren van de verbindende kracht van honden: vier van de aanwezige stellen hebben zo'n ding onder de tafel liggen, en aangezien ze malkander niets meer te vertellen hebben ontstaan er al snel dwarsgesprekken over leeftijd, ras en andere kwaliteiten, of gebrek daaraan.

Kamernummer kan altijd nog gewist
De échte afsluiting is dan terug op het schoolterras, met een laatste alcoholicum. Helaas zijn we niet de enigen die dat aangenaam vinden, en de twee echtparen die samen met een fietsvakantie bezig zijn maken het later dan wij van plan waren. De kamertemparatuur dwingt ons tot open ramen; onder een deken van binnendringende geanimeerde conversatie proberen we onze nachtrust te vinden.


Reacties

Populaire posts van deze blog

Dag 2: Ruwer - Trittenheim

Dag 8: Koblenz - Groningen