 |
| Luchtbrug bij Geierlay |
Wij gaan vandaag vreemd.
De Moezel biedt een boeiende omgeving en het pad was nog afwisselend genoeg, maar af en toe wil je wat anders. Margrieta had al lang voor vertrek ontdekt dat niet al te ver hiervandaan Duitslands langste hangbrug hangt. Dat wil zeggen, een voetgangersbrug, uitsluitend voor toeristisch gebruik; vandaar dat pittoreskiteit en spanning (in de opwindende zin) belangrijke criteria zijn geweest bij de aanleg ervan. Een mooie bestemming voor een dagje weg van de gemeanderde banen.
 |
| Blonde heuvelruggen rond de Moezel |
Door dit uitstapje op de juiste dag te laten vallen snijden we ook een paar Moezelbochten af waar niets buitengewoons op het spel staat. Die dag is vandaag. Het enige dat nog wel uitgezocht moet worden is hoe de route precies dient te verlopen; want weliswaar hebben we een uitstekend, informatief en degelijk Duits fietsboekje voor het Moezelfietspad zelf, maar op een paar geselecteerde uitstapjes na houdt dat een paar kilometer ter linker- en rechterzijde op. Ook het winkeltje tegenover ons Zeller hotel, dat toevallig fietsen verhuurt, heeft wel fietskaarten maar dan toch alleen als je je aan de rivier houdt. De Geierlay Hängebrücke? Nee, dat zou hij niet weten, dan moet je de Hunsrück op en dat is vreemd terrein.
Dan maar zelf in de weer met diverse apps die beweren de weg te weten. Tegenstrijdige informatie. Wat is de stijging? Wat de ondergrond? Wat de verkeersdrukte? Ergens moet je een keus maken. Na enig dubben en dralen gaan we op weg, ontbijt achter de kiezen en routineus bepakt en bezakt, het avontuur tegemoet.
 |
| Eerste brugtekenen |
De weg lijkt aanvankelijk goed gekozen, een smalle, rustige, geasfalteerde (maar wel tamelijk steile) weg in bosrijk geboed. Onverwacht maakt het asfalt plaats voor tamelijk venijnige steentjes, dat is minder; maar geklommen hoeft er dan nauwelijks meer. Uiteindelijk komen we uit de bomen uit tussen de graanvelden, in dit jaargetijde goudgeel zoals graanvelden betaamt. Net als in Luzemburg zijn de heuveltoppen hier kennelijk plateaus, redelijk vlak en goed beboerbaar. Maar dan niet met druiven - toch eens uitzoeken waarom niet: is het de grond? De wind? Het water? Of gebrek aan fantasie?
 |
| Is-ie nou steiler aan 't eind? |
We zitten weer op asfalt, een stuk drukke weg valt niet te vermijden maar duurt gelukkig niet lang. In Blankenrath vinden we de laatste bakker voor de brug, en verwennen we onszelf met een niet slecht stuk taart (maar kan beter!). Daarna verder. Het is best een aardig tochtje, met de verwachte heel andere indrukken dan de afgelopen dagen. De heuvels hebben een gele haardos. Dichter bij de doelbrug zien we de eerste tekenen van het bestaan ervan, in de vorm van bordjes en wat later gesuggereerde parkeerplaatsen (tegen betaling). Het idee dat je hier met de fiets zou kunnen komen is niet wijd verbreid. Overigens is het ook nog een vraag of wij met fiets en al over die brug zouden kunnen, mochten we dat willen: ziet er op de foto's erg smal uit, de website biedt geen uitsluitsel, maar al mijn apps zeggen van wel. Gelukkig hangt ons levensgeluk er niet van af, zelfs niet voor deze ene dag: van beide uiteinden uit kunnen we prima onze weg vinden naar de volgende slaapplaats.
De laatste twee kilometers gaat het weer iets omlaag, en moeten de autozitters lopen (gna gna). Zonder visuele aankondiging stuiten we op het bruggenhoofd, omstuwd door een aarzelende mensenmassa. Hij is smal! En lang! En hoog! Voor velen een reden om het eerst maar eens aan te zien, een doeleinde waarvoor ook een tiental bankjes opgesteld zijn, met eersteklas zicht op de brug. Andere fietsers zijn er niet: wandelaars en (voornamelijk) autozitters die zojuist de twee kilometer naar beneden hebben gezweet staan hier te dralen. Voor de eerste categorie bestaat er ook altijd nog de traditionelere route: zigzaggen naar beneden, en aan de andere kant weer omhoog. De brug overspant een beekje (dat mag geen verbazing wekken), de Mörsdorfer Bach - Mörsdorf is een wat grotere plaats aan de overzijde.
 |
| Niet voor acrofoben |
Margrieta is na de nasleep van de boottocht waarmee we onlangs Engeland ontvlucht zijn, die haar nog steeds een restant duizeligheid bezorgt, nog voorzichter dan tevoren waar het wankelende ondergrond betreft; en dat gekoppeld aan een gezonde dosis hoogtevrees. Na vijftien meter is het voor haar mooi geweest. Stabiel is het inderdaad niet: het houten plankier van niet meer dan één meter breed geeft speling voor (in mijn analyse) drie typen beweging. Ten eerste is er een simpele links-rechts-instabiliteit, vergelijkbaar met een treinwagon die over een wissel rijdt. Ten tweede beweegt de brug in z'n geheel van links naar rechts, in een golfbeweging waarvan de amplitude afhankelijk zal zijn van de wind. En ten derde is er verticaal net zo'n golfbeweging, door de honderd of zo mensen die zich tegelijkertijd op de brug bevinden. Anders dan militairen hebben ze niet geoefend in het uit de pas lopen in deze omstandigheden. Alledrie bewegingsgraden worden in toom gehouden door flinke kabels, maar stijf wordt zo'n constructie natuurlijk nooit.
Er zijn nog andere observaties te maken, bijvoorbeeld over de optisch illusie die het laat lijken alsof de tweede (verder gelegen) helft van de brug steiler is dan de eerste. Dat zou natuurlijk bij voorbaat al een onzinnige ontwerpkeuze zijn, maar wie gelooft in ratio als je gewoon zíet dat het zo is? Hoogstens het feit dat exact dezelfde illusie ook vanaf de andere kant optreedt is een overtuigend tegenargument, maar misschien is het in de tussentijd wel veranderd?
 |
| Een ander perspectief |
Het idee dat het eng zou zijn om over deze brug te lopen past niet in mijn denkraam, maar omdat Margrieta wacht houd ik de pas erin, voorzover de medelopers dat toestaan, en doe ik bijvoorbeeld geen pogingen te kijken welke van de bewegingsgraden ik in mijn eentje kan beïnvloeden. Terug bij het startpunt verorberen we op een van de bankjes een overgebleven Laugenstange en lopen we nog even een klein beetje naar beneden, op zoek naar een fotografisch perspectief dat de eigen visuele indruk benadert. Bij voorbaat gedoemd omdat die eigen indruk natuurlijk altijd meer omvat dan puur dat visuele perspectief, al was het maar omdat er geen rechthoekig kadertje omheen zit. Dan is het moment aangebroken om de beste weg terug naar de Moezel te zoeken.
 |
| Verrassend aardig pleintje van Beilstein |
Een goede terugweg, binnen de eerder genoemde parameters, blijkt eenvoudiger te vinden dan de heenweg. Sowieso is er nu meer daal- dan stijgwerk, maar we treffen daarnaast ook rustiger en goed bestrate wegen. Zonder verdere wetenswaardigheden rijden we met aanzienlijke snelheid Beilstein binnen. Daarmee hebben we zeker 20 km Moezel overgeslagen. Door op deze manier van boven naar beneden het plaatsje te doorkruisen, in plaats van alleen de oever te befietsen, krijgen we bovendien bij toeval een leuk, knus centrumpje mee. Een mooi rustpunt!
 |
| Burgruine Metternich |
Na de rust zijn we zelfs dusdanig hersteld dat het ons niet afschrikt om ook te voet het lokale kasteeltje Metternich nog even aan te doen. Qua inspanning geen Landshut: alsof het niets is kuieren we naar boven en weer terug. Ook hier biedt de ruïne ruimte voor een uitspanning, die zonder twijfel de populariteit en inkomsten ten goede komt maar tegelijk de oude kasteelmuren verandert in decor voor een wijntje. Je eigen fantasie de vrije loop laten is er niet bij.
Wat het decoratieve aspect betreft: we lezen dat Beilstein niet alleen door ons maar ook door een aantal filmproducenten bovengemiddeld pittoresk is bevonden. Helaas niet van films die wij kennen of waar we aan kunnen komen. Tijdens eerdere vakanties, in Frankrijk en Griekenland, zijn we nog wel geïnspireerd geraakt om Jeanne d'Arc of Guns of Navarone te gaan kijken, maar de sporen die Beilstein zal nalaten zijn dan toch net iets minder diep.
 |
Uitzicht Metternicher toren (zoek de Margrieta!) |
Wat er resteert van de fietstocht van vandaag biedt weinig boeiends. Meer en meer fietsen we naast betrekkelijk drukke wegen. Tegen het eind van de etappe van deze dag doemt wel het silhouet op van een van de meest indrukwekkende burchten tot nog toe, bij het plaatsje Cochem, zelf een van de meeste bekente toeristenstadjes aan de Moezel.
Daar zijn we nog niet: onze volgende kamer is in Sehl, het laatste dorpje voor Cochem. Pension Schneider, een groot, vrijstaand huis met tuin eromheen van terraskwaliteit. Ook hier een keurige fietsenstalling: dat is overal nog dik in orde geweest. Maar we gunnen onszelf nog geen terras en de fiets nog geen stalling! Enkel een douche later fietsen we al het kleine stukje verder, slaan deze burcht over maar willen graag zien wat Cochem zo speciaal maakt. Ook hebben we, onze eigen ervaringen indachtig, alvast een diner geboekt.
 |
| Hoogtepunt van Cochem |
Beide vallen nogal tegen, na deze lange dag. We zijn moe, of blasé, of gewoon gezond kritisch: Cochem heeft een aardig marktpleintje, waar trouwens tot onze stomme verbazing de bus en ander verkeer overheen rijdt, en verder een toren en een poort die wel een blik waardig zijn; maar het haalt het qua charme niet bij een Bernkastel of Beilstein. Het restaurant, uitgezocht om een lovende review, is ronduit saai en zeer matig. We zijn totaal niet rouwig om al ruim voor zeven uur 's avonds terug te zijn bij Pension Schneider en een relatief lange avond in de tuin te zitten, al lezend en bloggend.
Reacties
Een reactie posten