Dag 4: Zeltingen - Zell

Goeiemorgen!
De ochtend wordt ingeluid met machinegeweld en geboor. In het oude schoolhuis moet iets aan de TV gedaan worden, en je mag al in je handen knijpen als werklieden überhaupt willen komen, dus 7:00 's ochtends voor een actie met hoogwerker en betrekkelijk grof geweld neem je dan voor lief - vooral als je gasten toch weer meteen oprotten en hun ongenoegen met zich meenemen.

Dit klinkt wat onaardig; wijt het aan de bijzonder korte nachtrust. We zetten ons aan het best redelijke ontbijt, smeren ditmaal geen broodjes omdat we hebben besloten dat een goed Duits stuk taart bij een Konditorei wel zo'n goede manier is om de dag door te komen. De dag is mooi, ergens tussen de vijf en tien graden frisser dan gisteren, zeer welkom.

Talbrücke
We fietsen eerst onder de indrukwekkend hoge Talbrücke door, die hier de Moezel overspant en alle dorpjes die zich daaronder in het dal bevinden nietig verklaart. De beleving van boven, uit een auto die over het asfalt raast en ternauwernood kan zien wat zich daaronder bevindt, en van beneden, uit het dorp dat tot het einde der tijden de hemel doorsneden weet, liggen een wereld uit elkaar. Zouden de dorpelingen geprotesteerd hebben toen de plannen ontvouwen werden, of zouden ze zich er bij voorbaat bij neergelegd hebben dat alle protest toch zinloos zou zijn? Kijken ze nog wel eens naar boven, of is die streep een langgerekte blinde vlek die door het brein automatisch weggefilted wordt?

Nadat de brug door een bocht in de rivier aan het oog onttrokken is - lang duurt dat niet - daalt een zekere monotonie in. Fietsdag drie, herhaling begint intrede te doen. Wel is de temperatuur duidelijk anders en kunnen we voor het eerst aan der lijve ondervinden waarom noordhellingen minder druivendragend zijn.

Burgruïne Trarbach
We worden weer wakker bij het conglomeraat Traben-Trarbach, dat ingeluid wordt door weer zo'n kasteelsilhouet ter rechterzijde. Herhaling! Op de steilere rechteroever (waar wij fietsen) Trarbach, het oudere en voor de toerist interessantere Ortsteil; links Traben, groter en optisch niet meteen als minder boeiend te herkennen. Niets geleerd hebbend van onze eigen ervaringen in Bernkastel-Kues steken we over, waar we weliswaar een Konditorei aantreffen en onze plannen qua lunch in werking zetten, maar toch concluderen ook dat we op de verkeerde oever zijn beland, voor normale mensen bedoeld en niet voor toeristen.

Wat heet verkeerd. De brug weer over, terug in Trarbach, raken we (anders dan in Bernkastel) eerder bedrukt enthousiast. Vergane glorie is het sleutelwoord. Een belanrijke trekpleister is kennelijk het Boeddhamuseum (je bedenkt het niet); tekenen van zen zijn in het straatbeeld goed te herkennen, van hypnotiserende glitterspullenwinkels tot bezinningsconsulenten. Een heel andere doelgroep dan de wijnproever, zou je denken, met een vrijwel lege doorsnede; maar dat is misschien juist wel het punt, risicospeiding kan ook in de toeristische sector geen kwaad.

In sommige opzichten loopt Duitsland erg achter
We vervolgen onverwijld onze weg, en kiezen daarvoor nu de linkeroever (dus weer de brug over) om een paar bochten verderop goed gepositioneerd te zijn voor het volgende onderdeel. We bereiken namelijk straks weer een extreme meander, en vanaf de heuvelrug van de binnenbocht, de Zeller Hamm (Hamm betekent wijnhelling, Zell ligt aan die meander en is onze bestemming van vandaag) moet je een heel slingerstuk rivier kunnen overzien. Alsof je vanaf de Arjensdûne zowel de Noord- als de Waddenzee ziet. (Of vanaf Panama zowel de Atlantische als de Stille oceaan - alleen weet ik niet of dat klopt, nog nooit geweest.) Een voorbehoud voor de helling die we zullen moeten overwinnen voor het bereiken van de Hamm, in het bijzonder de Prinzenkopf, een uitkijktoren die daar geheel voor ons plezier is neergezet.

Bergspoor, altijd leuk
Aan de kant waar we nu rijden is een heus spoor, van het soort waar in plaats van fietsen heuse treinen over rijden. Schilderachtig tegen de wand geplakt. Even verderop duikt het spoor een tunnel in, en nog iets verder wij de Hamm, tussen de wijnranken. De weg omhoog is niet teveel voor onze spierkracht respectievelijk elektrisch vermogen, althans totdat we de Marienburg bereiken, een oud kasteel, klooster, kasteel, jeugdopvang op de Zeller Hamm, vlak voor de Prinzenkopf. De rest is goed te lopen, en dat is dus wat we doen.

Meanderende Moezel
Het uitzicht is alles waarop je kon hopen. Een stukje wereld aan je voeten. Zowel het recente verleden, ten westen, als de recente toekomst, oostwaarts, strekken zich uit tot de volgende rivierbocht. Alleen het heden, Zell, onttrekt zich aan het zicht omdat er nog een stukje Hamm voor ligt. Daar moesten we maar wat aan doen. Teruggelopen naar de fiets, de heuvel afgezoefd en -gezoemd, een half uurtje later zijn we waar we wezen moeten. Nog voor 14:00 uur zelfs, zo vroeg dat we ternauwernood welkom zijn; maar nadat onze gastvrouw haar schrik overwonnen heeft blijkt ze toch wel aardig uit de hoek te kunnen komen. We hebben een andequate kamer op de hoofdstraat van het dorpje. Het is gelukkig voetgangersgebied en zal dus hopelijk qua geruis onder doen voor de afgelopen nacht.

De zwarte kat, onvriendelijke versie
Zell lijkt weer wat welvarender dan bijvoorbeeld Trarbach. Er is een aanzienlijk verschil in hoe de vele dorpjes die wij passeren overkomen: sommige met een zichtbaar rijk verleden, andere eerder verlopen, weer andere meer zakelijk en min of meer modern. Wel presenteren ze zich zonder uitzondering als "Weindorf" of soortgelijk, van differentiätie of profilering is in dit opzicht geen sprake. Op het Boeddha-museum na dan. Zell doet een poging met een zwarte kat die volgens overlevering een rol speelde in een handelstransactie; de kat is in vele verschijningsvormen in het straatbeeld terug te vinden.

De aanzienlijke rest van de middag brengen we genoeglijk door op een bankje aan de Moezel, onder het genot van een drankje, boekje en blogje. Dreigt het toch nog even te heet te worden in de felle zon, net op tijd schuiven wolken op hun plaats. Tegen zevenen is het mooi geweest; met een korte stop bij het hotel komen we om half acht aan voor de tafel bij de Alte Bahnhof, waar we niet eerder terecht konden. Inderdaad is het vol, onze tafel staat gemarkeerd met de naam "Rensing" geduldig op ons te wachten. Hiermee is mijn theorie opnieuw bevestigd: hoe hard je aan de telefoon die slot-k ook laat klinken, een Duitser zal altijd een g schrijven.

Achternamen blijven moeilijk
De maaltijd is verder in grote lijnen een herhaling van de avond ervoor, inclusief keuzepalet op de menukaart en contactzoekende hondenbezitters. Uniek is wel het met enige regelmaat opklinkende nep-trein-geluid. Een wonderlijke manier om als restaurant je naam kracht bij te zetten. Het vormt een mooi slotakkoord voor alweer een mooie dag.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Dag 2: Ruwer - Trittenheim

Dag 8: Koblenz - Groningen

Dag 3: Trittenheim - Zeltingen